|
1 en dan |
5 er is geen hond |
9 het kan praten |
13 er na |
17 alleen op de wereld |
21 je wil er mee door |
25 je wou toen wel |
29 het doet zeer |
33 het gaat op slot |
37 als een tierelier |
41 wat we doen |
|
2 en of |
6 er is fris |
10 het kan op |
14 er toe doen |
18 alleen in de vakken |
22 je wil ook zo wel |
26 je wou het aan |
30 het doet het goed |
34 het gaat zo niet |
38 als, en zo ja |
42 wat dan |
|
3 en zo voort |
7 er is iets, dat |
11 het kan later |
15 er zijn |
19 alleen zijn moe |
23 je wil er bij zijn |
27 je wou chocola |
31 het doet wonderen |
35 het gaat vanzelf |
39 als het ware |
43 wat en met wie |
|
4 en die zei |
8 er is hoop |
12 het kan wel weer |
16 er -geren |
20 alleen, hoewel |
24 je wil uit |
28 je wou wat |
32 het doet bovendien |
36 het gaat vast |
40 als het gebeurt |
44 wat heet |